Sunday, May 18, 2008

Homoseksualisering en debilisering

"Homoseksualiteit moet niet als even normaal worden beschouwd als heteroseksualiteit. Het is een gebrokenheid van de schepping", aldus Pieter Moens in NRC Handelsblad zaterdag. In het artikel in de Wetenschap (?) & Onderwijs katern keurt meneer Moens, voorzitter van de Stuurgroep (homo) seksualiteit, verder ook het aan gaan homosekuele relaties af. De stuurgroep is een ideetje uit de gereformeerde kleitablet.

Als klap op de vuurpijl neemt Moens alvast een voorschot op nog te nemen maatregelen van de regering. Beleid over homoseksualiteit in het onderwijs moet vanuit de scholen zelf komen en niet vanuit de regering. Dat zou namelijk "niet worden geaccepteerd". Iets dat SGP'er en homofoob Bas van der Vlies in het zelfde stuk onderschrijft.

Sorry? Is dat een waarschuwing? Wanneer de regering zijn "dwangmatige homoseksualisering van de samenleving" oplegt aan de speciale scholen, want speciaal zijn ze zeker, trekken die scholen zich daar niks van aan? Ik hoop dat Plasterk zich tot de tanden wapent met papierversnipperaars als de subsidieaanvragen binnen komen uit die hoek.

Het groepje van Moens lijkt niet van zins om homoseksuelen te accepteren in hun gereformeerde fantasiewereld. Nu het verbod op homohuwelijken in Californie ongrondwettelijk bleek, is het volslagen debiel dat de homoseksuele gemeenschap op deze manier aan het kruis genageld wordt, notabene in Nederland.

Zolang er hier nog holbewoners rondlopen die ruimte krijgen om hun prehistorisch verworven wijsheden te verkondigen en websites over homoseksualiteit mogen verbieden op schoolcomputers, ben ik niet trots op het o zo vrije land waar we in leven.

Ik snap niet dat mensen kunnen blijven volhouden dat de bijbel, of de koran voor mijn part, een bron van moraal is. Waar is de moraal als je zo'n boek gebruikt om anderen te discrimineren?! Maar ja, religieuze mensen moeten niet als even normaal worden beschouwd als niet-religieuze mensen.

Sunday, May 11, 2008

Na acht jaar wachten....

Zo'n acht jaar geleden waren mijn makker Ronald en ik in alle staten. Face To Face kwam naar Nederland! Als voorprogramma van No Use For A Name, maar die band was niet eens bijzaak, ze deden er gewoon niet toe. Face To Face was alles dat telde.
Hoe groot was de deceptie toen de band de tour afblies? Traumatiserend. Ik meen me nog te herinneren dat het iets met de platenmaatschappij was. NUFAN kwam als vanzelfsprekend nog wel. Het kaartje dat we al gekocht hadden, ligt nog ergens ongebruikt in een la van m'n kast.
In 2003 ging Face To Face uit elkaar en de kans om ze ooit nog eens te zien, leek verkeken. Vrienden gingen zelfs nog naar New York om ze dan daar voor een laatste keer te zien. Dat zat er voor mij niet in.
Toen vorig jaar de berichten binnen sijpelden dat ze weer wat shows in de Verenigde Staten zouden spelen ging mijn hart al sneller kloppen. En jawel, Face To Face werd wat later aangekondigd voor de zaterdag van het Vlaamse festival Groezrock!!!
Daar moest en zou ik bij zijn. Sommige van mijn klasgenoten waren nog niet eens van de basisschool toen ik al een schaafwond op m'n ziel opliep door het afzeggen van die Face To Face tour. Dit zou alles in een klap goed kunnen maken....



Zaterdag tien mei rond half negen in de avond is het dan eindelijk zo ver. Voor de mainstage van Groezrock verzamelt zich een berg zenuwachtige mannen, vrouwen, vaders, moeders, jongetjes en meisjes. Sommigen wachten al sinds de laatste Europese tour van de band op dit concert. Dan hebben we het over twaalf jaar van lang, lang wachten.
Vanaf de eerste tonen is het kippenvel over mijn hele lijf en uit volle borst meezingen. Op een bepaald moment denk ik zelfs dat ik emotioneel word. Zo vreselijk goed is het. Je ziet een paar ventjes rond zich heen kijken alsof we gek zijn geworden. "Wat gebeurt hier?!" De band speelt strak, het geluid is goed, de setlist nagenoeg perfect en de sfeer optimaal.
Als de set vordert en ik even om me heen kijk, zie ik alleen maar lachende gezichten. Makkers die richting het podium staan te staren alsof ze het niet kunnen geloven. Wat een belachelijk goede show!
Het is te hopen dat ze er niet weer twaalf jaar over doen om naar Europa te komen. Eigenlijk is elk woord dat ik hier neergekwakt heb niet voldoende om over te brengen hoe ontzettend gaaf het was.

Tuesday, May 6, 2008

Emotionele terreur

Mijn hoofd valt in tweeën en het beest in mijn maag heeft zijn klauwen uitgeslagen en probeert zich via mijn ingewanden een weg naar boven te worstelen, te vechten.
Ik stribbel tegen. De man naast me ruikt naar zweet van een dag geleden en daar bovenop een hamburger met uien die als je er in bijt vlekken op je broek achterlaat die er nooit meer uit gaan.
Het gewiebel geeft het beest meer kracht, ik weiger op te geven.
Als obesitas een geur had, dan was het dit.
Het licht in het gangetje, want de rest was echt vol, knippert. Ik kijk er in en mijn ogen draaien weg. Even lijk ik me gewonnen te geven, ik haal diep adem en slok lucht naar binnen.
Elke keer als hij gaat verzitten, klemt de vettigheid en zijn ongewassen lichaam zich strakker rond mijn neusgaten. Als hij eindelijk uit stapt blijft helaas de helft van hem achter.
Ik zit ondertussen met een monster dat zich tot mijn strottenhoofd heeft gesleept. De groeven van zijn nagels staan in mijn slokdarm.
Er stappen twee Aziatische kerels binnen die blijkbaar al denken dat we er zijn. Waarom hebben die lui altijd haar dat recht hangt? Omdat ik niet meer durf te praten, vraag ik het niet. Ze zouden onder de brokken zitten.
In eerste instantie heb ik niet door dat we gestopt zijn. Mijn overbuurman tikt me aan, ik kijk voor de zekerheid niet op en graai naar mijn tas. Hebbes.
Buiten is het koeler en ik veeg mijn voorhoofd af met mijn zakdoek. Hij plakt nog van de zonnebrand die vanmiddag van mijn neus liep. Ik haat de zomer.
De verse lucht werkt als een slaapmiddel voor het beest van binnen. Hij praat af en toe in zijn slaap, maar dat is het wel.
Een Arabisch ventje met sluike krulletjes en een bolle toet kijkt me met bruine ogen lachend aan. Emotioneel terroristje. Ik probeer te lachen, maar strandt in een flauwe poging. Zijn moeder kijkt me aan alsof ik net zo ruik als die kerel van net.
We moeten nog een keer stoppen, het gaat met een schok. Het monster deed blijkbaar maar een middagdutje en is nu flink uitgerust om er nog een keer goed tegenaan te gaan. Ik duw vier mensen aan de kant en stort op mijn knieën voor de plee neer.
De pis op de grond brandt blaren op mijn schenen en de plakkerige rand van de wc-bril laat littekens achter op mijn armen en handen. Ik ben verlost.